2013 Marokko

Fietsreis Zuidoost Marokko

Dag 1: 13 oktober 2013

Een mooiere dag om ons avontuur te beginnen hadden we van te voren niet kunnen plannen. In Nederland regent het al uren pijpenstelen, en in Marokko schijnt al dagen de zon en ruim 30 graden, onbewolkt. Met enig gevoel van voorrecht zitten we met plezier 4 uur in het vliegtuig. Zo rond het eind van de middag staan we in de aankomsthal van Marrakech, na een lange wachtrij bij de douane. Zoekend naar een bordje van Sherazade hotel lopen we een rondje in de aankomsthal. Een paar minuten later staat er keurig een chauffeur met een bordje met Willemien haar naam er op. Vol verwachting lopen we met hem mee, en wachten we af of hij werkelijk een busje bij zich heeft om onze fietsen in te vervoeren. Bij iedere reis geven we duidelijk door dat we komen met “two bicycleboxes” maar zoals altijd ………… Zonder enige strubbeling en wanhoop stopt onze chauffeur bij zijn gewone taxi zonder Imperial. Hij vraagt of ik even wil helpen met de fietsen op het dak te leggen, en met een spanband worden onze fietsen keurig vast gesjord. Niks geen zorgen of ze wel blijven liggen, tenminste bij de chauffeur dan. Duidelijk niet de eerste keer voor hem, dus vol vertrouwen stappen we in. Hij kreeg het gelijk aan zijn zijde, niets aan de hand geen moment paniek. Keurig worden we afgeleverd aan de rand van de Medina, het stadscentrum, een lekkere chaos. Met een handkar met kruier worden we via het voetgangersgebied gebracht naar ons hotel. Een half uurtje later zitten we bij te komen van de reis op het terras van ons hotel met mierzoete Marokkaanse whisky. We proberen er al vast wat aan te wennen, komende weken staat dit goedje regelmatig voor ons klaar.

In’t begin van de avond gaan we een kijkje nemen op het Jamaa el-Fna plein, met slangenbezweerders, muzikanten, dames die handen met henna beschilderen, mannen met aapjes en andere artiesten. En verder heel veel kraampjes waar je kan eten, karren met verse jus d’orange en notenkraampjes. Poeh, dat is wennen. Het is ons al snel veel te druk, maar in de souk nog veel drukker, dus gauw een restaurant op gezocht, helaas zonder wijn. Later op de avond toch een fles gescoord, die we op het terras van ons hotel in alle rust hebben laten smaken. Elf uur in de avond en nog steeds in korte broek. We verheugen ons nu al op de dag van morgen. Dan gaan we rustig aan onze eerste fietsdag voorbereiden.

Dag 2: 14 oktober

Vandaag een ontspannen dagje, niks moet, alles mag. Alleen 2 dingen uitzoeken: hoe we morgen in Ouarzazate komen en we willen een bezoek brengen aan de oude Koranschool. Na een lekker ontbijt en in eerste instantie een sikkeneurige buurman ( blijkt later een schaap te zijn op het naastgelegen dakterras die op een andere hoedanigheid de hoofdrol krijgt bij het offerfeest van overmorgen) gaan we de stad in. Gisteren bij aankomst zagen we al een busstation, maar blijkt niet de juiste. Bij de toeristinformation moesten we de toeristmap zelf maar pakken. We hadden het idee dat de dame gezien haar houding een dutje deed. Na een half uurtje lopen kwamen we bij het busstation. We werden welkom geheten door een vriendelijke, behulpzame en non-profit local die ons uitlegde dat er morgen geen plaats meer was in geen enkele bus i.v.m het offerfeest, dat overmorgen plaatsvindt. Heel Marokko gaat op reis als wij transport willen, hoe kiezen we het uit. Maar “no-problem” taxi, auto, bus, hij weet de oplossing als we maar achter hem aan lopen. Na een half uur ben ik wel klaar met hem en probeer me los te maken van hem, geen makkelijke opgave. Het wordt hem ook zo langzamerhand duidelijk wat ik wil en hij geeft aan dat wij maar moeten geven in Dirham wat wij willen, alles is oké. De 10 dirham is m duidelijk niet genoeg en na ons iets gezegd te hebben in het Marokkaans is hij ineens verdwenen (hopelijk voorgoed) Bij het Busstation vallen we als toerist duidelijk op dat we zoekende zijn, binnen no-time staat er een ronselaar voor onze neus die wel even transport zal regelen. Na eigen onderzoek is het ons ook duidelijk, morgen geen plaats in de bus. Er zit dus niets anders op dan met de taxi. Morgenvroeg om exact 9 uur hebben we een taxi die ons naar Ouarazazate zal brengen. Na enig afdingen, 250 dirham voor de ronselaar, 600 voor de taxichauffeur. Toch hebben we het idee dat we de hoofdprijs betalen, maar ook een heel fijn gevoel dat we morgen op weg kunnen en aan onze woestijnreis kunnen beginnen. Om bij de Koranschool te komen lopen we de souk weer door en heel toevallig komen we op een perfect terras uit. Lekkere koffie, lekker eten en onder een parasol in de zon. Na enig zoeken komen we bij de Koranschool. (Ga bij het zoeken op je eigen gevoel af en niet op de mannen van de straat met hun “goede” bedoelingen.) Als je in Marrakech komt is inderdaad de Koranschool een van de mooiste bezichtigingen. Een oudeschool (niet meer in gebruik) voor 850 leerlingen. Met alle toeristen om je heen is het moeilijk om je in het leven van toen terug te kruipen. Terug in het hotel hebben we onze fietsen reisklaar gemaakt en moe van het geslenter zijn we klaar voor onze eerste fietsdag. Ps. Marokko lijkt een land zonder problemen, geweldig!! Iedere vraag aan een local wordt bijna standaard beantwoord met “No problem”

Dag 3: 15 oktober

Op het moment dat ik dit schrijf is het eind dag 4 Het enige wat me bijgebleven is dat ik kotsend en brakend aan het klimmen was en dat we hebben geslapen bij een familie in een dorp. s’morgens op tijd het bed uit want we moeten om 9 uur bij het busstation zijn. Tijdens het ontbijt treffen we een groep snp fietsers. Met enige complimenten over onze mooie fietsen trappen we de eerste meters naar het busstation. Quick quick wordt geroepen bij het inladen van de fietsen in de auto. Blijkbaar doen we iets wat niet gezien mag worden. De fietsen passen weer eens niet op een gewone manier in de auto, dus achterbank plat, voorwielen er uit en Willemien voorin, ik achterstevoren tussen de tassen en fietsen achterin. Het eerste gedeelte van de reis gaat het goed, maar tijdens de haarspeldbochten in de bergen komt er een beroerd gevoel naar boven, iets wat ik van mezelf eigenlijk niet ken. Ergens op de pas gaat het mis. Kotsend zit ik naast de auto, Willemien houdt me aan m’n shirt vast dat ik niet de afgrond in kukel. 5 minuten later voel ik me weer mens. Toch maar even geruild van plaats met Willemien. In Ouarzazate worden we op ons verzoek bij een café uit de auto gezet. Na een broodje en een kop koffie met de uiterst vriendelijke en behulpzame chauffeur zetten we de fietsen in elkaar. Wat gaan we doen, tis inmiddels al 14.00 uur, veel te laat om nu nog naar Agdz te fietsen, omdat we dan een pas over moeten van 1660 meter. We besluiten een eindje in de juiste richting te fietsen, want we willen even aan het fietsgevoel ruiken. Wauw, we fietsen, prachtig zeg, met al die mooie bergen om ons heen. Maar pfff, wat heet zeg, 37 graden, geen handig moment om op de fiets te stappen. Erg wennen, de warmte en de last van de tassen aan je fiets. Na 15 km in eens al een camping, even een colaatje, bij deze hitte is drinken belangrijk. Een mooie campingplaats, mooie tenten, prima plek. Toch besluiten we verder te gaan, want als we de eigenaar goed begrijpen is er over een 20 km bij Ait Saoun een soortgelijke camping. Prima afstand om nog even te doen voor de eerste dag, en hoeven we niet terug naar Ouarzazate. Tijdens de eerste 20 kilometer voel ik me nog prima, al moeten we toch al aardig in de pedalen om te klimmen. Bij 25 kilometer geen camping en ons gevoel zegt dat we die ook niet gaan tegen komen. Inderdaad na 40 kilometer nog steeds geen camping en aangekomen in Ait Saoun staat er gelukkig een café. Wat was het een gevecht met mijzelf die laatste 15 kilometer. Ik voel me totallos en kan geen meter meer fietsen, laat staan klimmen. In het café wordt het duidelijk dat er de eerst 30 kilometer geen hotel of andere slaapplaats is te vinden. Een klant in het café wordt er bijgehaald en hij nodigt ons uit in zijn huis. Wauw, een geschenk uit de hemel, tis 2 kilometer verder op. Ik hijs me letterlijk weer op de fiets maar na 100 meter gaat het weer helemaal mis. Alles wat er nog in zat komt er nu ook nog uit. Maar ook wel weer fijn, wat knapt een mens daar ( tijdelijk ) weer van op. Vanaf de grote weg komen we op een grindweg in het dorp. Bij zijn huis aangekomen worden we hartelijk onthaald door de gehele familie en aan iedereen voorgesteld; Broers, zussen, kinderen, neefjes, nichtjes, en zelfs oma en overgrootmoeder (die volgens Fadel 100 jaar oud is). En ze wonen tezamen in een groot pand in het dorp. Fadel en een van zijn schoonzussen spreken goed Engels, en dat is heel handig. Een kamer wordt voor ons ontruimd als slaapkamer en ze gaan zelfs voor ons koken. Na ons opgefrist te hebben schuiven we bij hen aan op het kleed bij de lage tafel. Ik krijg het niet voor elkaar om langer dan 10 minuten te blijven zitten, een ding, ik wil liggen, liggen en nog eens liggen. Hoe vervelend en ongemakkelijk ik me er ook bijvoel, meld ik me af, zonder nog maar iets gegeten te hebben. Na enige minuten slaap ik al. Met Willemien gaat het even later ook mis, ook zij meldt zich ziek. Daar liggen dan de twee kneuzen, in een vreemd huis, bij gastvrije mensen. Continu komen ze vragen of ze iets voor ons kunnen doen en komen zelfs het eten, couscous met groenten, alsnog brengen. Ik voel me iets beter en neem een paar happen, gelukkig blijft het binnen. Willemien moet er nog niets van weten, al het eten staat haar tegen. s’nachts doet ze geen oog dicht en pas tegen de morgen pakt ze een uurtje slaap. Ik daarentegen heb het gevoel dat ik de klok heb rond geslapen wat me duidelijk weer mens heeft gemaakt.

Dag 4: 16 oktober

We ontbijten samen met de familie op het kleed. Muntthee, zelfgebakken brood dat we doopten in een soort olie, jam, en een bord in melk gekookte rijst waar we met z’n allen van aten. Ze laten ons met trots hun keuken en bakoven voor het brood zien. Fadel wil voor ons thuis blijven van de moskee op de dag van het offerfeest. Maar uiteraard weigeren we dat en besluiten we pas weg te gaan zodra hij terug is. Eigenlijk veel te laat voor ons vanwege de warmte, maar het is niet anders. Iedereen in huis heeft inmiddels zijn feestkleding en loopt met trots op z’n mooist rond. Bijzonder leuk om te zien. We nemen afscheid van Fadel en zijn familie. Bij het weg gaan is niet iedereen meer thuis of al weer terug. Toch besluiten we om te gaan, geen flauw idee of hoe lang het nog gaat duren. Bij de eerste meters is het al snel duidelijk, voor Willemien wordt het een crime, voor mij gaat het redelijk. De rollen zijn in vergelijking met gisteren omgedraaid. Ik geniet nog redelijk van alles wat er om mij heen te zien is. Van foto’s maken komt weinig, dan maar op het netvlies branden. Willemien is in gevecht met zichzelf en wil maar 1 ding zien, de afdaling. Na 15 kilometer klimmen in de hitte hebben we de top van de Tizi-n Tinififft op 1600 m bereikt, met een prachtig uitzicht over de valei. Dan 10 km vol gas naar beneden, en komen we in Agdz aan, na zo’n 40 km. Enigszins onthutst rijden we de stad door. Niets is geopend, geen mens te zien, alles zit pot dicht, hotels, winkels de markt, het lijkt wel een spookstad. Het is ons duidelijk, heel Marokko viert offerfeest. Ik fiets nog ff terug om een colaatje te halen bij een tankstation en zie dat inmiddels de stadscamping is geopend. Moe en gebroken ploffen we neer met de bedoeling daar de eerste uren te blijven. 43 graden in de brandende zon en ziek op de fiets gaan niet samen. Tegen het eind van de middag zoeken we een hotelletje op, Willemien wil graag met zwembad. Nadat het eerste hotel geen plaats meer heeft, lukt het ons, een toevalstreffer! We willen graag voor 2 nachten maar dat is niet mogelijk. Dan maar 1 nacht, geeft niets, morgen zijn we alle twee weer topfit, toch? Een hotelletje bij een Fransman, heel idyllisch. Bij en in het zwembad relaxen we heerlijk, de was is hopelijk morgen droog, met frisse moed weer verder. Tegen de avond wordt het ons al snel duidelijk. Niks morgen verder op pad, Willemien houdt het eten niet binnen, heeft het koud, is aan de diarree en gaat plat. Hopelijk heeft ze een goede nacht en komt ze tot rust. Dat laatste lijkt te lukken, ondanks dat haar maag alle kanten opgaat slaapt ze wel. Mij heeft het eten goed gesmaakt alleen mijn maag heeft er schijnbaar nog wel problemen mee…….. Onze verwachtingen worden waar, iedere dag en iedere kilometer is een avontuur maar is dit nu het avontuur dat we voor ogen hadden?

Dag 5: 17 oktober

Allebei een hele goede nacht gehad, maar voelen ons nog niet lekker fit, dus lijkt het ons lekker om nog een nacht te blijven. Helaas, alles is gereserveerd voor de komende nacht, Hè, alles weer inpakken, en op zoek naar een volgend hotelletje. Ons geluk kan niet op als dat slechts 60 meter verder is, en bijna nog mooier dan de vorige. ( meer basic, maar een super relaxed plek ), van een Frans stel, Patrick en Agnes. En geluk voor ons, we zijn vandaag de enige gasten, het gehele zwembad en alles er omheen voor ons alleen. Alles lekker overal laten slingeren, niemand heeft er hinder van. Aan de fiets nog even iets sleutelen, na de eerste kilometers is er altijd wel iets wat nog even anders moet. Vandaag lekker niets gedaan als alleen een beetje lezen en gezwommen, heerlijk aan het bij komen, blijkbaar toch behoefte aan. En op zo’n dag heb je andere gesprekken met elkaar als op de fiets, heerlijk zo’n dag. We pakken nog even ons fietsje om de omgeving van het dorp te bekijken; maar wat een woestijnwind met zandopstuivingen. Agnes heeft heerlijk voor ons gekookt; Marokkaans met een Frans accent, een tajine met heerlijk mals lamsvlees. Morgen 8 uur ontbijt afgesproken, want we willen om half 9 fietsen. 70 kilometer voor de boeg, hopelijk zijn we over voordat het super warm wordt. Zal het ook een stuk minder waaien dan vandaag? We zullen zien.

Dag 6: 18 oktober

Vanmorgen lekker op tijd uit de veren, en na afscheid te hebben genomen van een hartelijke Agnes gaan we richting Nekob. We fietsen door de vallei van de Draa met veel (dadel) palmbomen. Met een klein klimmetje er in lijken we bijna alleen maar bergafwaarts te gaan, zo makkelijk rijden we nu. Mooie omgeving en met nog enige ochtenddouw een plaatje van een rit. Het blijft verwonderlijk dat je toch nog op zo’n korte afstand door zoveel afwisselende landschappen fietst. Richting Nekob wordt het landschap droger. Ik heb ooit gelezen: ” in de auto zie je een land, op de fiets of te voet ervaar je een land” je ruikt, ziet, voelt het echt op de fiets. We rijden van de uitlopers van het Atlasgebergte de woestijn in. Onderweg worden we overal heel vriendelijk toegeroepen (salam, bonjour, horen we overal) en aangemoedigd door mensen, kinderen die naar de weg komen rennen, en soms vragen om bonbon of een stylo, en automobilisten die duimen naar ons opsteken. Daar krijgen we kippenvel van. De laatste 30 km is het weer echt warm en wordt het buffelen, een rechte weg, vals plat en geen schaduwplekken meer. Onderweg veel kasba’s. Hoewel we ruim water bij ons hadden, was het toch een fijn gevoel dat we nog een fles konden scoren. In ons weidse uitzicht zien we ineens een dromedaris oversteken, en dichtbij gekomen blijken er meerdere te grazen. Wat een geweldig gezicht. In Nekob aangekomen eerst even een terrasje om even contact te maken met het dorp. Wederom is iedereen erg hartelijk en behulpzaam, waar je ook komt. Bij het hotel aangekomen, zijn er een paar in rep en roer. Ik versta ze slecht maar ik begrijp dat er een klant is weggegaan zonder te betalen en het woord Hollanda komt een paar keer voorbij. Grgrgrgr, stom volk. Wat grappig is besef ik mij nu. De Marokkanen hier schamen zich voor de Marokkanen in Holland, ik schaam mij nu voor de Hollanders hier in Marokko. Wie is of zijn erger? Inmiddels gedoucht genieten we van een prachtig uitzicht op de palmenvallei. Alle toeristen zijn verdwenen, en we hebben alle ruimte in de berbertenten op het terras, heerlijk wat een rust. De zon gaat straks onder, het fototoestel ligt klaar, en we wachten op de veranderende kleuren van het landschap.

Dag 7: 19 oktober

Afgesproken, 7 uur ontbijt. Voordat het echt warm wordt willen we al zoveel mogelijk kilometers gemaakt hebben. 6 uur de wekker, nog hartstikke donker. 7.00 uur nog niemand te bekennen. Zijn we hier zo vroeg voor opgestaan? Half 8 ja hoor, excuus excuus, het ontbijt komt zo snel mogelijk. Het ontbijt was niet weg te krijgen, het brood was oud en de pannenkoekjes waren op gewarmd. Toch maar op de fiets en we zien onder weg wel verder. We hadden ons voorbereid op een wat eentonige weg naar Alnif. Ik ben verbaasd dat er in de woestijn zoveel variatie is van landschap en voor mij nog onbegrijpelijk hoe dit kan. Van eindeloze stenenvlaktes zonder enige begroeiing, zandduinen, lava stenen, palmen, imposante rotsformaties, tot land waar groenten verbouwd worden en men aan het werk is. Er wonen hier nauwelijks mensen. Onderweg zien we enkele kuddes schapen en geitjes, vaak begeleid door een herder. Op een enkele plek staan huisjes waarbij ik me niets kan voorstellen waarom je daar zou gaan wonen, wat heeft men daar te zoeken? De weg is vrij vlak en loopt bijna in zijn geheel iets af en we hebbende wind in de rug, regelmatig staat de kilometer op 36 en hoeven er niet veel voor te doen. Het is lekker bewolkt, waardoor het nog niet zo warm is. We drinken koffie op een terrasje in het stadje Tazzarine, waarna lange wegen door de stenen woestijn volgen. Rond 1 uur zijn we bij de Kasbah Meteorite. Het geeft de indruk van een soort wegrestaurant. Veel keuze hadden we niet, tis namelijk de enige in de omgeving. Groot complex met 40/50 kamers, 3 eetzalen, mooi aangelegd, maar nooit echt afgemaakt. Een soort vergane glorie. We hebben de indruk dat we een van de weinige de weinige gasten zijn die hier vertoeven, en krijgen een privebediening. Ze maken voor ons een lekkere Tajine, zoveel alsof we met z’n tienen zijn. Tot onze verbazing een groot zwembad, wat deze reis ook echt tot een “bijkom” vakantie maakt. Zo vaak zijn we dat nog niet tegen gekomen op onze vorige fietsreizen. We hebben ons zelf ook ingefluisterd dat kilometers op de vakantiefiets met volle bepakking hele andere kilometers zijn dan op de racefiets. Voldaan trekken we en paar baantjes in ons “privezwembad”. Morgen een lange rit, 115 kilometer, 7 uur ontbijt, half 8 op de fiets. Kunnen we tegen een aantal uren felle zon?

Dag 8: 20 oktober

Hello !!! Bonjour !!! Is there some one ??? Hello !!! Weer eens niemand te bekennen, 7 uur alles donker, blijkbaar veel te vroeg voor de Marokkanen. Ja hoor eentje wakker, schreeuw, schreeuw, de ander ook wakker. Met 10 minuten hadden we ontbijt en koffie, smaakt als restanten van de vorige dag. We houden het bij een broodje, de rest krijgen we niet weg, we zien onderweg wel en we hebben nog onze oude vertrouwde Snelle Jelles. Even voor half acht zitten we op de fiets. Snel trappen we zo wat kilometers weg. De eerste kilometers komen we nog langs een paar stalletjes met fossielen in gesteente, blijkbaar in deze streek gevonden. Helaas voor de verkopers, dit heeft niet zo onze interesse. Weer ben ik versteld van de veelzijdigheid in kleuren, en vormen van de rotsen onderweg. Gelukkig hebben we genoeg water en eten bij ons. Onderweg is er veel dicht, waarschijnlijk ook omdat het zondag is. In Msissi is het enige punt waar we een paar cakejes, cola en water kunnen krijgen. De man spreekt goed Duits en is uiterst vriendelijk en behulpzaam. Na Msissi komen we in een gebied wat heel weids is, we kunnen 10/20/30 kilometer ver kijken. We proberen wat foto’s te maken, alleen een fractie komt maar door de lens van wat we zelf zien. Daarom probeer ik nu nog beter alles in me op te nemen, zo indrukwekkend. Regelmatig zit ik bijna achterste voren op de fiets, zo heb ik bijna 200 km kijk plezier op de 100 km lange rit. De laatste 50 kilometer is er ook geen dorp, boom of iets anders te bekennen, alleen de leegte van het land, ingesloten tussen de bergen. ( dus ook geen schaduw). Onderweg blijkt dat we 7 km verder moeten fietsen als waar we op hadden gerekend, pppfffff wat waren die lang in de hitte. Brandende voeten, zere billen, droge keel, ineens te zwaar en te veel moeten klimmen, hoezo een mentale dip? In Rissani hebben we het eerste en beste terras opgezocht in de schaduw. Het was duidelijk. Ze hadden de aller lekkerste Coca Cola van Rissani, heerlijk! Rissani was vroeger een belangrijke handelsstad omdat het lag aan de karavaanroute door de Sahara. Nadat we waren bijgekomen en afgekoeld gingen we op zoek naar de Kashba. Deze blijkt 3 kilometer terug, en achteraf 25 m naast de afslag waar we vandaan kwamen, ach ja. Niet getreurd, weer een kasba met hele mooie en knusse kamer, en ……..zwembad. Toch eerst even onder de douche, mede mogelijk gemaakt door onze eigen Nederlandse “hansaplast”

Dag 9: 21 oktober

Op weg naar Merzouga, ons verste punt van de reis, de Marokkaanse Sahara, vlakbij de grens met Algarije. In Risanni nog even water gehaald. Tis niet zo’n lange afstand maar onderweg is er niets. Door enige bewolking valt de warmte mee, 28 graden. De weg naar Merzouga lijkt wel of we naar de duinen gaan, 40 kilometer lang, de duinen komen steeds dichterbij, maar geen zee in het vooruitzicht, heel apart. Een lange weg met verder weinig afwisseling, we hebben de wind in de rug en tis iets “downhill”. Vlot laten we menig kilometer achter ons. Nog een stop voor een foto maar dat is het dan ook. In Merzouga, een klein dorp op ongeveer 700 m hoogte, hebben ze heerlijke ‘machine’ koffie. Verder bestaat de omgeving vooral uit hotels. Dan maar snel een kasba opzoeken die we opzochten in Trotter. Deze blijkt een kilometer of 6 terug, Kasba Sahara, gelegen aan de voet van enorme zandduinen van Erg chebbi. We mogen er kiezen; of een kamer, of een tochtje op een Camel met een overnachting in de woestijn. Na even dubben wordt het de Camel. We dagen ons zelf uit om ons als een toerist te gedragen. Tegen vijven staan er 2 Camels klaar en gaan we de woestijn in. Het lijken wel fietsen waarvan de as niet in het midden zit. Het gehobbel moeten we maar op de koop toenemen en ons fixeren op de prachtige omgeving, overal waar je kijkt een reliëf van zand, die door de zakkende zon verandert van kleur. Saïd is onze gids, student Engels in Meknes blijkt achteraf, leuke vent. Een uurtje later komen we bij het tentenkamp aan en krijgen we een “kamer” toe gewezen, maar mogen ook onder de sterrenhemel slapen. Wel een behoorlijke wind, waardoor we aardig gezandstraald worden. Even later arriveren ook nog 4 andere toeristen, kiwi’s. Na de thee krijgen we een eenvoudige maar prima maaltijd in de tent. Het is inmiddels donker en wij samen trekken een paar honderd meter de woestijn in, geen licht, geen lawaai, de wind en een prachtige sterrenhemel ( en zand van je kruin tot aan je tenen). Toch besluiten we maar te gaan slapen in de tent, wat een wijs besluit lijkt te zijn, de temperatuur daalt behoorlijk in de vroege ochtend.

Dag 10: 22 oktober

7 uur uit de veren, veren????? Zand matrasje…….snel de Camel op, terug richting Kasba. Halverwege de rit gaan we foto’s maken van de zonsopkomst. Bijna eind van de rit, zon al op zitten wij nog op de Camel en vragen om eindelijk eens te stoppen. Verbaasd kijkt onze 2e gids achterom. Wat stoppen, ik wil naar huis, vervelende toeristen ook met hun camera’s. Uiteindelijk lukt het toch nog om een paar foto’s te schieten maar hup hup hup de Camel weer op, we gaan weer verder. Volgend keer (volgend keer ???) tuinen we er niet weer en nemen we voor het anders te doen! Bij de Kasba staat ons ontbijt klaar en na ons ontzand te hebben zitten we weer op de fiets, zelfde weg als gisteren maar dan de andere kant op, we buffelen maar snel door, we herkennen deze weg als de dag van gisteren……… We moeten er goed aan denken dat we voldoende water meenemen. We zijn de zeer droge lucht in Marokko nog niet de baas en voelen dat we vaker en regelmatiger moet drinken. In Risanni nemen we nog even een terrasje langs een drukke markstraat. We kijken onze ogen uit. Het is een drukte van jewelste, rondom de markt worden alle auto’s incl. imperial volgeladen en menig handkar zit vol met aankopen. Op richting Erfoud, kleine 20 km langs een vrij drukke weg nog te gaan, stevig trappen we door. In Erfoud hebben we de Kasbah Timnizi snel gevonden. Het is een grote Kasbah met veel kamers, en er is een kamer voor ons. Een paar uur later fietsen we nog even Erfoud in en kopen in de souk nog een nieuw bedoeïen-stalletje voor Jozef en Maria.

Dag 11: 23 oktober

Om even na zevenen zitten we te ontbijten. Voor de verandering zijn we niet alleen. Uitchecken en op de fiets. De eerste kilometers is de weg minder goed dan we gewend zijn. Het is zo nu en dan even uitwijken voor gaten in het asfalt. We rijden duidelijk in de omgeving van de grote stad, het is van alles wat, en van alles niets. In El-Gfifate komen we een markt tegen, we zijn duidelijk te vroeg, iedereen is nog druk aan het uitladen en zijn plek in het aan het maken. We nemen de fietsen maar mee de markt over, niet heel handig maar het is even niet anders. We kijken bij een stalletje met kruiden, en vragen wat iets kost. Hij vraagt 50 dirham, dat lijkt ons veel te veel en voelen ons duidelijk afgezet. Hij vraagt wat we dan willen betalen en geven aan 15 dirham. Het leuke van het onderhandelen vergaat ons omdat hij het 3 à 4 voudige vraagt. We laten het wat ons betreft maar voor wat het is. Eenmaal op de fiets geeft hij aan dat het goed is voor 15 dirham. We vermoeden dat we alsnog 10 dirham te veel betaald hebben. We fietsen verder, palmbomen en woestijngebied wisselen elkaar af. Onderweg worden we met regelmaat ingehaald door de toeristenbussen die de snelheid er goed in hebben. Voor Touroug staan rechts van de weg heel veel (honderden?) oude waterputten, gezien het aantal moet er voorheen heel veel water in de grond hebben gezeten. Er staan nog een aantal bedoeïenententen, met de bedoeling om de toeristen uit de bussen te lokken. Wij slaan ze over en fietsen verder. Ongeveer 500 meter na het dorpje Touroug eten we nog even wat in duidelijk een restaurant voor toeristen, maar wel lekker. Het is het begin van de middag en duidelijk warmer dan vanmorgen. Een straffe wind (tegen) heeft zich weer aangediend. We trappen stevig door een gebied wat staat aangegeven als natuurgebied, inderdaad erg mooi. Als we bijna in Tinejdad zijn hebben we het heel warm, zere benen, droge keel en geen zin om te gaan zoeken. Laatste pauze voor vandaag. Als we de man van de cola op het terras vragen naar Herberge-Gite El-Khorbat wijst hij ons de weg en wil ons er ook nog wel heen brengen, uiterst vriendelijk. Voor ons echter niet nodig, zijn uitleg is duidelijk. Wij rijden het zeer langgerekte dorp door, en staan nog even stil bij busjes waarop enkele meters aan spullen zijn geladen, ongelooflijk. Onze bestemming ligt een kleine kilometer van de grote weg. Na 99 km op de teller komen we aan op een zeer bijzondere plek, waar we hartelijk worden ontvangen. Het hotel met een ecologisch karakter is gevestigd in de Ksar van het dorp, een soort vesting, waarin een dorp is gelegen. De vrouwen hebben er van hun handwerk een coöperatie opgericht. We eten hier vanavond in het restaurant, heerlijk, voor ons gevoel het lekkerste tot nu toe, een tajine met gehaktballetjes in een heerlijk kruidige saus. Je kan echt proeven dat er aandacht aan het eten is besteed. Voor wie hier ooit nog eens in de buurt komt en overnachting zoekt………….

Dag 12: 24 oktober

Een mooie plek voor een rustdag. We slapen uit en doen ons wasje. We kijken wat ons komende dagen mooi lijkt en doen wat voorbereidingen, zoals telefoontjes. En lekker relaxen met een boek en een pizzaatje. Na de middag bezoeken we het museum in de Ksar. We treffen een mooi overzicht van het leven van de afgelopen 300/400 jaren van deze streek van Marokko, het leven van de Berbers. Veel van onze vraagtekens worden ons hier duidelijk, zoals het verschil tussen een Ksar en Kasbah. Een Ksar is een dorp gebouwd in een soort vesting van 2, 3 of 4 verdiepingen hoog. De Ksar van El-Khorbat heeft 3 verdiepingen en een recht gangen stelsel tussen en onder de woningen door. Op diverse plaatsen heb je grote lucht openingen wat een heel mooi licht weer geeft op het geheel. Ook bezoeken we een coöperatie waar kleden/doeken en schilderijen worden gemaakt door dames. Om de hoek gluren we nog even een klaslokaaltje in. Helaas voor deeze mensen worden zowel de Ksar, het museum als de coöperatie niet door veel toeristen bezocht, de gidsen krijgen hier namelijk geen commissie………….

Dag 13: 25 oktober

Zoals de laatste dagen op tijd er uit, 7 uur ontbijt afgesproken, bevalt ons goed. Kwart over zeven, nog geen ontbijt. We raken er inmiddels aan gewend en besluiten de fietsen maar vast te pakken. In alle haast worden we teruggeroepen, het staat (bijna) klaar. Het is weer hetzelfde ontbijt als gisteren, maar ook net zo lekker en verzorgd. Ondertussen zit een durfal bovenin een palmboom en is bezig met het kappen van trossen dadels. Een meter of 15 hoog op zijn blote voeten bezig met een kapmes. Hij heeft wel een touw om zijn middel, maar dit wordt niet gebruikt als zekering. Hij steunt op de palmbladeren. Het griezelt ons toe, een misstap of er breekt een blad af, en …………. Tros na tros valt omlaag. Beneden staat een dame die de trossen verzamelt. De laatste losse dadels worden bijeen geveegd met een palmtak, heel efficiënt. Nadat de Marrokaanse held weer veilig op de grond staat, pakken we onze fietsen. Ik blijk een lekke voorband te hebben. Ik krijg gelijk hulp van de dame van de receptie. Ze heeft het vaker gedaan. Zonder iets te vragen, controleert ze de velg, rolt de lekke band op, ruimt op en pakt een grote fietspomp. Mijn kleine pomp schiet niet op, vindt zij. Ik geef aan dat er een nippel op zit voor een autoband en dat ik een fransventiel in de binnenband heb zitten. Hoe simpel kan het zijn, ze trekt de nippel van de slang en drukt de slang rechtstreeks op mijn ventiel. Nooit verwacht dat dit zo goed zou werken, perfect. Willemien vertroeteld nog even een schaap in zijn laatste uur, dat met zijn poten aan elkaar vastgebonden ligt in een kruiwagen. Met de dagteller weer op nul gaan we op weg naar Tineghir. Beetje bij beetje klimmen we. Het is weer een route zoals we ze vaker hebben gehad, zeer weids en leeg met zeer indrukkende bergen links en rechts. En steeds weer geheel anders, het verveelt ons nooit. Bij het begin van de Thodra kloof worden onze klimcapaciteiten op de proef gesteld, een pittige klim om de berg heen. Vanuit auto’s gaan vele duimen omhoog, altijd weer een leuke opsteker. Vaak denk ik “als jullie dit zo leuk vinden, kom uit die auto en probeer ook eens een dag op de fiets, je zal zien hoe je alles anders ziet en ervaart”. Bij een panorama uitzicht zitten we even te genieten. In het kwartiertje dat we er zitten stoppen er meerdere toeristenbusjes voor een snelle foto. Zij worden belaagd door vele verkopers van sjaals en andere souvenirs. Meer als 5 minuten krijgen ze niet voor een foto. Het bijzondere is dat wij met rust gelaten worden door de verkopers. Ze weten blijkbaar niet zo goed wat ze met ons aan moeten. In de kloof zelf is het ons te toeristisch en fietsen we door. Na de kloof geen toerist meer te bekennen. Het valt ons op dat hier de bussen niet meer kunnen draaien, vandaar. Op het mooiste en indrukwekkendste gedeelte van de kloof fietsen alleen nog een paar Hollanders en af en toe is er een nog een local en een enkele toerist te bekennen. We nemen nog een paar foto’s met de zelfontspanner wat altijd een paar keer opnieuw moet, voor we er een beetje fatsoenlijk opstaan. Na 80 km kwamen we aan bij onze “auberge” en worden we verast hoe mooi het er is. Het lijkt wel een soort kasteel tegen de bergwand aangeplakt op 1550 m hoogte. We nemen een rotskamer, met uitzicht op het gebergte. Het lijkt hier een klein beetje op het einde van de wereld. Het eten is er heerlijk en de ober doet er alles aan om zo goed mogelijk Nederlands te spreken. Hij heeft daar duidelijk zijn studie van gemaakt. En dan een leuke wending aan het einde van de avond, de 2 koks en de ober beginnen muziek te maken op diverse instrumenten die in het restaurant staan, hoofdzakelijk djembees en metalen ‘kleppers’. Deze mannen kunnen duidelijk meer dan alleen erg goed koken. Het wordt ons duidelijk dat ze muziek maken zoals Berbers, en dat ze op hun Berberafkomst maar wat trots zijn. De Amerikanen in het restaurant vinden het amazing, wonderful, we love it, en de waaauuuuws en de aaahhhs komen boven de muziek uit. Later worden we gevraagd door de muzikanten om mee te doen. Erg gezellig en de Marrokanen doen hun uiterste best om er een leuk feestje van te maken.

Dag 14: 26 oktober

We zitten op 1550 meter hoogte. Vandaag een flinke etappe, 105 km. Afgesproken om 7 uur, en ……………. jahoor met 3 man zijn ze in de keuken druk om ons ontbijt klaar te maken. De eerste 20 kilometer hebben we er rap op zitten want het is hoofdzakelijk dalen, wat we gisteren in de kloof hebben geklommen zakken we nu. In Tineghir nemen we nog even een bak koffie op een terras. We aanschouwen het komen en gaan naar de markt. Bij onze fietsen staat al een hele tijd een klein manneke. Wanneer we de koffie op hebben en verder willen fietsen wordt het ons duidelijk waarom hij staat te wachten. Hij vraagt of we zijn band op willen pompen. Tuurlijk willen we dat, je bent fietsenmaker in hart en nieren of je bent het niet. De binnenband komt aan alle kanten uit de buitenband zetten. Het wiel er eerst maar eens uit. De cubs en stofringen worden op de plek gehouden door ijzerdraad, zeer goed geïmproviseerd. Van het loopvlak van de band is echt niets meer heel, dat hangt een beetje bij elkaar. Ik durfde de band maar half op te pompen, met de angst dat het anders een klapband oplevert. We zetten het wiel weer in de fiets, en vraag me niet af hoeveel kogels, maar of er nog wel kogels in de naaf zitten. Blijkbaar heeft onze fietser er geen problemen mee. Hij fietst heel dankbaar en vrolijk weg. Komende 53 kilometer is het een rechte lange weg. 53 km, drieënvijftig kilometer, DRIE-EN-VIJF-TIG KILO-METER hebben we tegenwind, TE-GEN-WIND, zeg maar storm. Met windkracht 6/7/8 hebben we te maken. We zitten schuin op onze fietsen om maar op de weg te blijven. We webben moeite om rechts van de weg te blijven, en wanneer ons een bus of vrachtwagen passeert worden we in de zuigkracht meegenomen, en bij tegenliggers worden we van de weg geblazen. De rukwinden sturen ons regelrecht de berm in, heel eng. Als we dit van te voren hadden geweten waren we niet op de fiets gestapt, maar ja, wat doe je als je eenmaal op weg bent….. Wie we dan wel gemist hadden was optimistische en vrolijke Omar. Omar komen we na een kilometer of 10 na Tinghir tegen op zijn fiets. Omar (Marokkaan) is ook fervent fietser en is apetrots op zijn fiets. Hij leeft van en op zijn fiets. Zijn fiets hangt werkelijk helemaal vol met spullen die hij onderweg gekregen heeft van toeristen. Een pan, kilometerteller, een schoen, koplampen, zaklantaarns, reflectie hesjes, velg met buitenband,sierkettingen, vlaggetjes, spaarpot, kleedje, en nog honderd…………. andere dingetjes. Hij leeft op wat hij van mensen die het ontmoet krijgt. Wij willen hem ook wel wat geven maar weten niet zo goed wat. Mijn bel met kompas maar op zijn stuur (wat je daar nog van ziet ) past die niet meer. Dan maar een paar Snelle Jelles. Waar Omar op zit is voor ons ook een raadsel, geen zadel te zien, 40 kilo hangt er aan zijn fiets en hij fietst ongeveer 30 tot 40 kilometer op een dag. Hij heeft zijn eigen tentje mee en leeft van wat hij onderweg krijgt. Na diverse foto’s te hebben gemaakt gaan wij weer verder. Nog enigszins schuldig dat we niet iets meer voor Omar hebben trappen we door. Ineens bedenk ik me dat het windvestje wat ik aan heb iets moois voor Omar is. We fietsen terug en ondanks dat het 3 maten te groot si staat het Omar veel mooier dan mij, top, en 3 fietsers blij. Terug de wind in. Onderweg is er niet veel te koop, met alles wat we aan eten en drinken hebben moeten we tot Boumalne-ed-dades mee doen. Hongerklop overvalt ons en met lege benen komen we aan. In het centrum van het rommelig overkomend stadje ploffen we neer op een terras, en schuilen voor de 5 druppen regen die we voor de eerste keer meemaken in Marokko. We hebben honger en dorst. Gezien de aard van de tent besluiten we het bij een bak koffie te laten. Het eten durven we er niet aan. Op het terras zit een Marokkaan uit Edam, die ons het een en ander vertelt over deze streek waar hij tot zijn 10e jaar heeft gewoond en ieder jaar terugkomt. We moeten eigenlijk nog 30 kilometer de kloof in maar kunnen de moed niet opbrengen. In de trotter zoeken we een ander hotelletje dan dat we in gedachten hadden. Prima hotel, er is nog plek, het is alleen nog wel 12 kilometer in de kloof, inclusief het nodige klimwerk. Shit, maar we doen het, altijd nog veeeeeeel minder dan 30. Gelukkig hebben we nu wat minder last van de storm. Vanaf de weg (boven de 1600m, na 95 km) gaan we via een piste 500 meter stijl omlaag. Waar gaat dit heen? We komen aan bij een Frans echtpaar op een uniek plekje. Het zit een paar honderd meter van de weg af en dalen op enkele plekken met zo’n 21%. Willemien vraagt zichaf hoe we hier ooit nog weer weg komen, 21% omhoog!!?? Na een onhandige douche en heerlijk eten in gezelschap van een Franse familie komen we weer enigszins tot leven. Nou ja leven, we hebben al heel snel hele kleine oogjes. Ons wordt nog aangeboden om de nodige was te doen, wat een luxe! Heb ik m’n zoon s’avonds aan de telefoon en vertel over de storm van vandaag,” waarom fiets je dan ook niet de andere kant op “. Dat wij hier niet op gekomen zijn…………

Dag 15: 27 oktober

Vandaag geen fietsdag, kalm aan wakker worden. Er is al een geur van warme broodjes door het huis heen. Na het eten lezen we wat en werken we ons reisverslag bij. Tegen de middag trekken we er even op uit, klein rondje wandelen door de omgeving. Tijdens een kop koffie op een terras met uitzicht op de gorge zien we een waterval waar gewerkt wordt. 2 mannen die zich suf lopen met emmers cement, en 3 opzichters………… Eind van de middag rusten we nog wat en nemen een lekker wijntje. We treffen een paar Nederlanders en raken wat aan de praat. Het hotel waar we zitten wordt gerund door een Frans echtpaar die een groot deel van hun leven pianoconcerten hebben gegeven. De man blijkt zo nu en dan nog concerten te geven in Frankrijk. Net voordat we gaan eten wordt iedereen gevraagd mee te komen naar een andere kamer waar een grote vleugel staat. Samen spelen ze enkele stukken. Het was erg mooi om hen samen te zien en horen spelen, en dat zij dat zomaar voor ons doen. Het eten is weer net zo smaakvol en verzorgd als gisteravond.

Dag 16: 28 oktober

Vandaag gaan we de kloof verder bekijken. Na het ontbijt buiten op het terras, pakken we onze tassen en maken de fietsen klaar. 21% is het steilste stuk om weer op de grote weg te komen. Ik krijg het voor elkaar, gelukkig is grootste stuk minder zwaar. Willemien durft het niet helemaal aan en duwt d’r fiets een gedeelte, en zo komen we terug op de grote weg. We gaan verder de kloof in, nog niet wetend waar we uit komen. We starten op 1500 meter hoogte, en de pas zit op 1700 meter. Pas de laatste 2 kilometer wordt het serieus werk, met onze 20 kilo bagage nemen we de haarspeldbochten, komen op de top en genieten van het uitzicht. We vragen hoever we de kloof nog in kunnen, ” 3 kilometer ” volgens iemand die het zou moeten kunnen weten. We besluiten te kijken hoever we komen. We dalen en klimmen iets en blijven redelijk op hoogte. Na een kilometer of 9 na de pas vinden we het welletjes, en zoeken een mooi uitzicht om op ons netvlies te branden. We kunnen op de kaart niet goed zien waar het asfalt ophoud en overgaat in piste. Het bijzondere is dat het hier mooier en indrukwekkender is dan boven op de pas. Het is hier heerlijk rustig, alle toeristen gaan boven op de pas weer terug en de kloof uit. We keren de fietsen hier en klimmen weer terug naar de pas. Je denkt op de heen weg alles goed bekeken te hebben, maar niets is minder waar. Op de terugweg worden we verast door “nieuwe” vergezichten. We zoeken een knus hotelletje en we zijn ongeveer 10 kilometer voor de plek waar we vanmorgen zijn opgestapt met ieders eigen 20 kilo bagage. Niets opgeschoten maar wel een mooie en voldane fietsdag. Als we het goed begrijpen worden we vanavond weer getrakteerd op muziek. Het wordt een beetje spannend wat er gaat gebeuren, gitaren worden gestemd…………… Het blijkt dat we zelf muziek mogen maken op de instrumenten. We laten het al gauw voor wat het is, onze kwaliteiten worden overschat. (de hunne ook door ons ). Ook komen deze mannen soms letterlijk iets te dichtbij….

Dag 17: 29 oktober

Kernwoorden voor vandaag: rustig aan, tijd genoeg, korte afstand, veel afdalen, twee vingers in de neus. Vandaag staan we op ons gemakje op, zo rond 7 uur gaat de wekker, half 8 eten. Rond kwart voor 8 nog steeds niemand te bekennen ( komt ons dit niet bekend voor?). Na enige malen bonjour te hebben geroepen komt men aan gehobbeld. Het smaakt ons niet zo, en we besluiten onderweg wel wat op te scharrelen, toch tijd genoeg. We stappen snel op en vertrekken richting El-Mgouna voor vandaag ons einddoel. Eerst nog wat klimmen en dalen om de kloof uit te komen met weer een prachtig uitzicht; de zon die schijnt op de kasba’s tegen de rotswanden. Na de kloof is het inderdaad een makkie, zo nu en dan beetje bijtrappen maar veel dalen. Onderweg komen we nog een paar bikers tegen uit de States, 2 mannen, een gids met een volgauto, incl reservefiets op het dak. We kunnen het niet nalaten de mannen te pakken in de klim, zij op hun atb-tje met rugzakjes, wij met onze fiets incl. ruim 20 kilo bagage. ” we maken er geen wedstrijdje van ” riep Willemien nog, maar ik had het idee dat ze dit terplekke achter zich liet. Tuurlijk pakten we ze, moest ook wel met 2 weken fietsen in de benen. Hoezo rustig aan vandaag? Van Boumaine-ed-dades gaat het alleen maar naar beneden, tijd voor alles, kruiden kopen en thee drinken, een terrasje met wat eten, foto’s en weer verder dalen. We kopen kruiden in een Kasba langs de weg, bij een ontzettend vriendelijke en gastvrije Marokkaan. Later drinken we thee met hem en zijn buurman die kunstenaar is. We hebben een interessant gesprek over de Marokkanen in Nederland. Ze moeten die Hollandse Marokkanen niet zo, maar dat was ons al vaker opgevallen onderweg. Ze vinden hen praatjesmakers, patsers. En helemaal als ze terug komen voor vakantie of voor een bruiloft naar Marokko. Weer op de fiets schieten we lekker op, de beloning na veel dagen fietsen en geklommen te hebben ( in de eerste week ) zonder het echt in de gaten te hebben gehad. Misschien gaan we we wel te snel, want veel foto’s worden er vandaag niet gemaakt, terwijl het zo mooi is hier. In Mgouna weten we ons hotel niet te vinden. Het is een langgerekt dorp en we hebben geen zin om terug te gaan, slaapplekken genoeg in deze omgeving. Ook na Mgouna houden we de snelheid er goed in. Van Willemien moet ik wat meer door fietsen, volgens m’n teller rijd ik al 37 km per uur………….. Maar het gaat inderdaad wel heel gemakkelijk. Op de kaart staat een pas de Tizi-n-Tadert ( 1370 meter) die we voor we het in de gaten hebben eigenlijk al over zijn. Skoura over nog ongeveer 40 kilometer. Wat doen we, rijden we door naar Skoura, pakken we onderweg een hotelletje. We zien wel, komt wat komt. We houden flink vaart. Na de pas een compleet ander landschap, een berggebied dient zich aan, kaal, veel wind, donkere wolken…. Hier hadden we geen rekening mee gehouden na zo’n zonnige dag. Ineens doemt er een flinke berg voor ons op met de nodige bochten, oef, moeten we ons dan alsnog ons in het zweet werken? We hebben geen keus en knallen de berg op. Bovenaan gekomen zweten we flink. Het begint al iets te schemeren, en vanwege bewolking en een ineens opkomende harde wind trekken we onze reflectiehesjes aan. We worden zo nu en dan van links naar rechts geblazen en met ervaring van enkele dagen geleden is het wel zo veilig. Enige druppen regen komen op onze zonnebril, maar daar blijft het gelukkig bij. Een paar forse klimmetjes halen de snelheid er uit en spreken onze kuiten aan. Op zich goed te doen, maar onze grootste zorg is op dit moment de tijd. Het wordt donker en wij zijn nog onderweg. Rechts van ons zien we sneeuw op de toppen van bergen liggen en donkere wolken verzamelen zich daar, geweldig om te zien, ook wel mysterieus. Wij maken wat foto’s in onze korte broek met zonnebril, terwijl de omgeving anders doet vermoeden. Onderweg geen enkel dorp of hotel te bekennen. Zo worden we toch nog beloond voor ons snelle fietsen. In Skoura aangekomen is het bijna geheel donker. We fietsen het centrum in en kiezen een hotel op de gok. Er zijn er genoeg gezien de borden. We pikken er blijkbaar een goede uit, klein, heerlijk eten, flesje wijn, potje bier, mooie plekjes om te zitten en………. live muziek van enkele marokkaanse gasten na het eten. We kunnen haast niet meer zonder. De teller staat vandaag op 105 kilometer, kernwoorden voor vandaag: rustig aan, tijd genoeg, korte afstand, veel afdalen, twee vingers in de neus, maar toch nog n flinke inspanning

Dag 18: 30 oktober

Rustdag vandaag, op ons gemak het bed uit en ontbijten. Niet veel bijzonders vandaag, lezen, reisverslag bijwerken, en ideeën uitwerken voor onze reisplannen. s’Middags pakken we nog even de fiets. We zoeken een kasba om te bezoeken. We fietsen richting Ouarzazate en vinden er een die we kunnen bezichtigen. Gidsen genoeg, maar we besluiten het zonder te doen. Leuk om even rond te kijken. We pikken nog even een terrasje en maken een paar foto’s van het dorpsleven van Skoura. 2 tellen later staat er al een Marokkaan te zwaaien dat ze er niet van gediend zijn. Weten we, waren we van op de hoogte en we respecteren dat.

Dag 19: 31 oktober

We worden een beetje sikkeneurig wakker. Het waait weer flink zo te horen en het is al onze laatste fietsdag. Het ontbijt is wederom heerlijk en even later stappen we op de fiets. Vandaag een korte afstand, een kleine 40 kilometer (zodat we daarna nog met transport door kunnen naar Marrakech). Het is op een paar klimmetjes na alleen maar dalen, de kilometers worden ons kado gedaan. En jawel, onderweg komen we wederom Omar tegen en knopen nog even een gesprekje aan. Hij is onderweg naar Agadir komen we achter. Vierhonderd kilometer heeft hij nog te gaan. Dit is voor hem ongeveer 10 dagen. We bekijken zijn fiets nog eens even wat uitgebreider. Voorremmen zitten er niet op, en zijn achterremmen werken niet. Op de vraag hoe hij remt laat hij zijn schoenzolen zien en begint te lachen, hoe simpel kan het zijn. Omar leeft van wat hij toegestopt krijgt en gaat al jaren van stad naar stad. Hij zit op zijn huis en alles wat hij nodig heeft hangt aan zijn fiets. Een heel klein beetje ben ik wel jaloers op hem, maar ik weet niet of ik met hem zou willen ruilen. Ik zou hem graag aan een andere trapas willen helpen want die begeeft het binnenkort, maar ik zou niet weten hoe. We geven hem onze laatste versnaperingen en wat geld. We fietsen verder en nemen definitief afscheid van Omar. We denken niet dat we hem nog een keer zullen tegenkomen. We trappen de laatste kilometers weg en komen in Ouarzazate aan. Bijna 1000 kilometer op de teller. We gaan nog even naar het centrale plein wat onderhand bekend terrein voor ons wordt. Vorig jaar waren we hier ook. Wat is het hier toch relaxed. Na een pizza op het terras zoeken we het busstation op. Op een groot plein bij het busstation staat 50 à 60 taxi’s. We denken een makkie. Niets is minder waar. Er gaan slechts een paar naar Marrakech, de anderen hebben een andere bestemming. Gelukkig staat er 1 stationwagen bij. Ze hebben drommels goed in de gaten dat er voor ons geen keus is met 2 fietsen en 8 tassen als bagage. Of het wordt de ‘taxi special’ of we hebben niets. Even later laden we in, 1 fiets in de auto, 1 fiets op het dak, prima oplossing. 200 kilometer en 4 uur later zijn we terug in Marrakech. De chauffeur kent de weg op zijn duimpje. Op ieder gat in de weg is hij berekend. Aan de rand van de medina zet hij ons af. Het is middels donker. Het is knetterdruk in de spits, wat een chaos. We banen ons een weg door de drukte naar het centrum, met gevaar voor eigen leven (zo voelt het tenminste) . Ons hotel van het begin van onze reis is vol, maar we vinden een alternatief voor de laatste 3 nachten. Wat is het weer wennen aan de drukte na 3 weken rust. Na een verfrissende douche gaan we naar de Djamaa El Fna waar we een zo rustig mogelijk terrasje opzoeken. Op 1 hoog en kijken uit op de heksenketel van het plein.

Dag 20: 1 november

We doen het kalm aan vanochtend en gaan het ‘andere’ (nieuwe) Marrakech bekijken; de wijk Gueliz. Met een petit taxi zijn we er zo en beginnen met een lekker broodje en koffie bij een Italiaans café. Menig winkelketen is hier vertegenwoordigd, het lijkt hier niet veel anders dan in Nederland. Ook de Marokkanen zijn hier veel westerser dan wij tot nu toe tegen zijn gekomen. We houden het snel voor gezien en gaan terug naar de Medina. We laten ons afzetten bij de ruïnes van het paleis….. . In de trotter staat het eigenlijk al vermeld, t’is eigenlijk niet zo spannend. Het is ons inziens lelijk gerestaureerd, aan de hand van tekeningen en beschrijvingen valt er nog iets van te maken. Alles ligt onder een laag glad gestreken beton. Vlakbij de ruïnes zijn de Saadische graven. Het is een soort binnentuin achter de moskee met een massa aan graven, dicht naast elkaar, bedekt met mozaïek. Veel van deze mensen blijken omgekomen te zijn door marteling, vergiftiging, en ander soort gruwelijke daden in 1 familie. Het zou heden ten dage een goed bekeken soap zijn. S’avonds willen we nog een keer uitgebreid uit eten en lopen in de tegenoverstelde richting van het plein. We komen bij een restaurant uit, waarvan je nooit het vermoeden zou kunnen hebben dat het binnen zo mooi zou zijn als je de buitenkant doet vermoeden. Enorm authentieke zalen met mooi mozaïek aan de muren en bewerkte plafons. Je zou er een museum in kunnen vestigen. Het eten is er voortreffelijk. We vragen ons af of hier ooit Marokkanen komen eten. Opeens worden we getrakteerd op een dansende dame met een schaal op haar hoofd met brandende kaarsen, erg ………… Als deze dame haar kunstjes heeft gedaan wordt ze vervangen door een buikdanseres. Ook het bier en wijn wordt hier rijkelijk geschonken.

Dag 21: 2 november

Vandaag wordt het stadten. We gaan op zoek naar de barbecue die we al eerder hebben gezien. We moeten er verder de souk voor in. Na 20 keer links en rechts af te zijn geslagen komen we in een buurt waar alle ijzeren souvenirs gemaakt worden die s’avonds te koop worden aangeboden op het plein. Indrukwekkend om te zien hoe de lampjes in elkaar worden gesoldeerd en de kleppers in vorm worden geslagen. Ook zien we hoe handmatig de sloffen worden gemaakt en de jurken worden genaaid. We vinden gelukkig de barbecue, maar deze is te groot om in de fietsdoos mee te nemen. En op een andere manier krijgen we deze niet mee. We vragen of hij de pootjes kan afslijpen. En we vragen hem meteen ook om er nog uitsparingen voor de spies erin te slijpen. Het bekende ” no problem” is hier ook van kracht. Mooi te zien hoe in 10 minuten pootjes eraf gaan, en de uitsparingen erin zitten. Op de terugweg worden we een beetje vreemd aan gekeken dat wij met een barbecue rondlopen, maar hebben het idee dat het door de Marrokanen wel gewaardeerd wordt. Vanavond gaan we inpakken, en morgen vliegen we terug. We besluiten om nog even snel te eten en zoeken weer een leuk restaurant op. Voor we aan tafel gaan vragen we of er ook wijn wordt geschonken. Het personeel moet het even vragen. Het antwoord komt van de eigenares zelf, en het is oké. We bestellen ons eten en de wijn. Ze komen aan met een soort van sinas wat qua uitspraak een beetje op wijn lijkt, en geven aan dat we dit niet besteld hebben. Even later komt de eigenares zelf, of we de wijn gelijk contant willen betalen. Beetje vreemd, maar we doen het en begrijpen even later waarom. Ze komt lachend aanlopen met een fles wijn in haar broek en onder haar truitje verstopt. Deze wordt onder de tafel gezet zodat de ander gasten het niet zien. Zo bijzonder is het hier dus om alcohol te drinken (weten we natuurlijk ook van de rest van onze reis). We maken het niet te lang en laten de illegale wijn extra goed smaken. Voordat we gaan slapen pakken we onze kleding in. We demonteren de fietsen zodat ze in de dozen passen die we op de eerste dag hadden achter gelaten. Als we bijna slapen realiseren we ons dat dit weer het einde is van een avontuurlijke en mooie fietsvakantie. Het wordt weer hoog tijd om plannen te maken voor een volgende reis.